Genesis 6
“…zagen de kinderen Gods naar de dochters der mensen, dat zij schoon waren, en namen tot vrouwen wie zij wilden.”
- Genesis 6:2
“Toen sprak de Heer: Mijn geest zal niet voor altijd in den mens wonen, dewijl hij vlees is, maar zijn levensduur zal honderd twintig jaren zijn.”
- Genesis 6:3
“Te dien tijde waren er ook geweldenaars op de aarde; want toen de kinderen Gods tot de dochters der mensen gingen en zich kinderen verwekten, kwamen daaruit voort geweldigen in de wereld en vermaarde lieden.”
- Genesis 6:4
“Toen nu de Heer zag, dat de boosheid der mensen groot was op de aarde en al het dichten en pogen hunner harten altijd alleenlijk boos was,”
- Genesis 6:5
“…toen berouwde het Hem, dat Hij de mensen gemaakt had op de aarde en het bekommerde Hem in zijn hart,”
- Genesis 6:6
“en Hij sprak: Ik wil de mensen, die Ik geschapen heb, verdelgen van de aarde, van den mens af tot het vee en tot het gewormte en tot de vogels des hemels toe; want het berouwt Mij, dat Ik hen gemaakt heb.”
- Genesis 6:7
“Dit is het geslacht van Noach. Noach was een vroom man, en onberispelijk, en wandelde met God in zijnen tijd.”
- Genesis 6:9
“Toen sprak God tot Noach: Het einde van alle vlees is voor Mij gekomen, want de aarde is vol van hun geweld; en zie, Ik wil hen met de aarde verderven.”
- Genesis 6:13
” Maak u ene ark van dennenhout, en maak kamers daarin, en bepek ze van binnen en van buiten met pek.”
- Genesis 6:14
“Want zie, Ik wil door het water een zondvloed laten komen op de aarde, om te verderven alle vlees onder den hemel, waarin adem des levens is; al wat op de aarde is zal ondergaan.”
- Genesis 6:17
Wat een hoofdstuk! De gebeurtenissen hierin zijn echt overweldigend. God is Alwetend? Toch niet de God waar we het hier over hebben.
Wat er gebeurt is blijkbaar dat de zonen van God (dus niet de mensen maar de andere ‘buitenaardsen’) op Aarde hun seksuele lusten komen bevredigen met de vrouwen. Blijkbaar kunnen de twee soorten inderdaad met elkaar paren, aangezien er kinderen uit voort komen. Deze kinderen zijn blijkbaar een soort hybride geworden die superieur waren aan de gewone mensen, waardoor ze als helden (half-goden) werden gezien.
God lijkt – zoals ik vorig hoofdstuk al vermoed had! – in te zien dat de levensduur van de mens nogal aan de lange kant is en besluit deze terug te drijven op honderdtwintig jaar. Interessant is wel de opmerking dat Hij zegt dat de mensen vlees zijn en Zijn geest dus niet altijd in hen aanwezig kan zijn. Misschien dat de Goden dan toch spirituele entiteiten zijn? Ik denk echter dat zij de twee kunnen zijn: zowel tastbaar als louter een ziel.
De mensen waren blijkbaar niet blij en al snel ontstond oorlog en chaos. God had spijt dat hij de mensheid geschapen had. God had dus een fout gemaakt! Het experiment was mislukt. Als enige oplossing zag Hij om een einde te maken aan al het leven dat Hij hier op Aarde gecreëerd had.
Er was echter een man, Noach, die blijkbaar veel tijd spendeerde met God zelf. Hij was blijkbaar een goed en onberispelijk mens en vroeg God om genade. Blijkbaar waren ze goede vrienden, waardoor God hen dit ook gaf.
Hij vertelde Noach wat hij specifiek moest bouwen om de Zondvloed die Hij over Aarde zou uitsturen te overleven. Van alles wat leefde zou één paar bewaard worden in de Ark, zodat Noach en zijn familie konden overleven tijdens en na de Zondvloed.
Filed under: Uncategorized | Leave a Comment
No Responses Yet to “Genesis 6”