Genesis 8
05Apr08
“En de Heer rook den liefelijken reuk, en sprak in zijn hart: Ik zal voortaan niet meer de aarde vervloeken om des mensen wil, want het dichten van des mensen hart is boos van de jeugd af; en Ik zal voortaan niet meer slaan al wat leeft, gelijk Ik gedaan heb.”
- Genesis 8:21
“Zolang de aarde staat, zal niet ophouden zaaiing en oogst, vorst en hitte, zomer en winter, dag en nacht.”
- Genesis 8:22
Het waterpeil daalt en Noach kan terug op land gaan, alsook de dieren in de Ark. God belooft aan zichzelf de Aarde niet langer te vervloeken om wille van de mens, of zich niet al te veel meer met de mensheid te moeien. Dit lijkt nogmaals te getuigen van een heel menselijke God.
Filed under: Uncategorized | Leave a Comment
No Responses Yet to “Genesis 8”